De krachtdadige roeping
De krachtdadige roeping
De krachtdadige roeping - Hoofdstuk van de Westminster Geloofsbelijdenis
Het behaagt God allen die Hij heeft voorbeschikt voor het leven, en die alleen, op de tijd die Hij heeft vastgesteld en goedgevonden, krachtdadig te roepen,217 door zijn Woord en Geest,218 uit de staat van zonde en dood waarin zij van nature verkeren, tot genade en zaligheid door Jezus Christus.219 Hij verlicht hun verstand om de dingen Gods geestelijk en tot hun heil te verstaan.220 Hij neemt het hart van steen bij hen weg en geeft hun een hart van vlees.221 Hij vernieuwt hun wil en richt die door zijn almachtige kracht op wat goed is.222 En trekt hen krachtdadig tot Jezus Christus.223 Maar dan zo dat zij toch geheel en al vrijwillig komen, doordat ze door zijn genade gewillig gemaakt zijn.224
- 217. Romeinen 8:30.
- Romeinen 11:7.
- Efeziërs 1:10,11.
- 218. 2 Thessalonicenzen 2:13,14.
- 2 Korintiërs 3:3,6.
- 219. Romeinen 8:2.
- Efeziërs 2:1-5.
- 2 Timoteüs 1:9,10.
- 220. Handelingen 26:18.
- 1 Korintiërs 2:10,12.
- 221. Ezechiël 36:26.
- 222. Ezechiël 11:19.
- Filippenzen 2:13.
- 223. Efeziërs 1:19.
- Johannes 6:44,45.
- 224. Hooglied 1:4.
- Psalm 110:3.
- Johannes 6:37.
- Romeinen 6:16-18.
Deze krachtdadige roeping is een zaak van Gods vrije en speciale genade alleen, en komt beslist niet voort uit iets dat in de mens van tevoren gezien werd.225 Die is daarin helemaal passief, totdat hij, tot leven gebracht en vernieuwd door de Heilige Geest,226 daardoor in staat gesteld wordt om deze roeping te beantwoorden en de genade die hem erin geboden en meegedeeld wordt te omhelzen.227
- 225. 2 Timoteüs 1:9.
- Titus 3:4,5.
- Efeziërs 2:4,5,8,9.
- Romeinen 9:11.
- 226. 1 Korintiërs 2:14.
- Romeinen 8:7.
- Efeziërs 2:5.
- 227. Johannes 6:37.
- Ezechiël 36:27.
- Johannes 5:25.
Uitverkoren kinderen die in hun vroege jeugd sterven, worden wedergeboren en door Christus zalig gemaakt door middel van de Heilige Geest,228 die werkt wanneer, waar en hoe het Hem behaagt.229 Zo gebeurt het ook met alle andere uitverkoren personen die niet in staat zijn om de roeping door de bediening van het Woord te vernemen.230
- 228. Lucas 18:15,16.
- Johannes 3:3,5.
- 229. Johannes 3:8.
- 230. 1 Johannes 5:12.
- Handelingen 4:12.
Anderen, die niet zijn uitverkoren, kunnen wel worden geroepen door de bediening van het Woord231 en enkele algemene werkingen van de Geest ervaren,232 maar ze komen toch nooit werkelijk tot Christus, en kunnen daarom niet behouden worden.233 Veel minder nog kunnen mensen die de Christelijke godsdienst niet belijden op welke andere manier ook behouden worden, ook al zijn zij nog zo ijverig om hun leven naar het licht der natuur en de wet van de godsdienst die zij belijden in te richten.234 Te beweren en vol te houden dat zij wel behouden kunnen worden is erg gevaarlijk en moet worden verafschuwd.235
- 231. Mattheüs 22:14.
- 232. Mattheüs 7:22.
- Mattheüs 13:20,21.
- Hebreeën 6:4,5.
- 233. Johannes 6:64-66.
- Johannes 8:24.
- 234. Handelingen 4:12.
- Johannes 14:6.
- Efeziërs 2:12.
- Johannes 4:22.
- Johannes 17:3.
- 235. 2 Johannes 1:9-11.
- 1 Korintiërs 16:22.
- Galaten 1:6-8.