Laden

De doop

De doop

De doop - Hoofdstuk van de Westminster Geloofsbelijdenis
  1. De doop is een sacrament onder het Nieuwe Testament, dat door Jezus Christus is ingesteld,525 niet alleen voor de plechtige opname van de dopeling in de zichtbare kerk526 maar ook om hem een teken en zegel van het genadeverbond te zijn,527 van zijn inlijving in Christus,528 wedergeboorte,529 vergeving van zonden,530 en van een zich aan God wijden door Jezus Christus om in nieuwheid des levens te wandelen.531 En dit sacrament moet, naar Christus' eigen voorschrift, in zijn kerk gehandhaafd worden tot aan het einde van de wereld.532

    • 525. Mattheüs 28:19.
    • 526. 1 Korintiërs 12:13.
    • 527. Romeinen 4:11.
    • Kolossenzen 2:11,12.
    • 528. Galaten 3:27.
    • Romeinen 6:5.
    • 529. Titus 3:5.
    • 530. Markus 1:4.
    • 531. Romeinen 6:3,4.
    • 532. Mattheüs 28:19,20.
  2. Het uiterlijke element dat in dit sacrament gebruikt moet worden is water. Daarmee moet de dopeling gedoopt worden in de naam van de Vader, en van de Zoon, en van de Heilige Geest, door een evangeliedienaar die daartoe wettig geroepen is.533

    • 533. Mattheüs 3:11.
    • Johannes 1:33.
    • Mattheüs 28:19,20.
  3. Onderdompeling van de dopeling in het water is niet noodzakelijk, maar de doop wordt op de juiste wijze bediend door het uitgieten of sprenkelen van water op de dopeling.535

    • 535. Hebreeën 9:10,19,20,21,22.
    • Handelingen 2:41.
    • Handelingen 16:33.
    • Markus 7:4.
  4. Niet alleen dienen te worden gedoopt wie metterdaad hun geloof in en hun gehoorzaamheid aan Christus belijden,536 maar ook de kinderen van één of beide gelovige ouders.537

    • 536. Markus 16:15,16.
    • Handelingen 8:37,38.
    • 537. Genesis 17:7-9.
    • Galaten 3:9,14.
    • Kolossenzen 2:11,12.
    • Handelingen 2:38,39.
  5. Hoewel het een zware zonde is om deze instelling te verachten en te verwaarlozen,538 toch zijn de genade en de zaligheid niet zo onafscheidelijk eraan verbonden dat niemand wedergeboren of zalig kan worden zonder te zijn gedoopt,539 of dat allen die gedoopt zijn zonder twijfel wedergeboren worden.540

    • 538. Lucas 7:30.
    • Exodus 4:24-26.
    • 539. Romeinen 4:11.
    • 540. Handelingen 8:13,23.
  6. De kracht van de doop is niet gebonden aan het tijdstip waarop hij wordt bediend.541 Maar, bij een recht gebruik van deze instelling, wordt de beloofde genade niet alleen aangeboden maar echt toegeëigend en geschonken door de Heilige Geest aan diegenen — hetzij volwassenen of kinderen — voor wie naar de raad van Gods wil die genade geldt, en dat op de door Hem bestemde tijd.542

    • 541. Johannes 3:5,8.
    • 542. Galaten 3:27.
    • Titus 3:5.
  7. Het sacrament van de doop moet maar één keer aan iemand bediend worden.543

    • 543. Titus 3:5.