Christus de Middelaar
Christus de Middelaar
Christus de Middelaar - Hoofdstuk van de Westminster Geloofsbelijdenis
Het heeft God behaagd, in zijn eeuwig voornemen, om de Here Jezus, zijn eniggeboren Zoon, te verkiezen en te ordineren als Middelaar tussen God en mens,163 de Profeet,164 Priester165 en Koning,166 het Hoofd en de Heiland van zijn kerk,167 de Erfgenaam van alle dingen,168 en de Rechter van de wereld.169 Hij gaf aan Hem van alle eeuwigheid een volk dat zijn nakomelingschap zou vormen,170 en dat in de tijd door Hem verlost, geroepen, gerechtvaardigd, geheiligd en verheerlijkt zou worden.171
- 163. Jesaja 42:1.
- 1 Petrus 1:19,20.
- Johannes 3:16.
- 1 Timoteüs 2:5.
- 164. Handelingen 3:22.
- 165. Hebreeën 5:5,6.
- 166. Psalm 2:6.
- Lucas 1:33.
- 167. Efeziërs 5:23.
- 168. Hebreeën 1:2.
- 169. Handelingen 17:31.
- 170. Psalm 22:30.
- Jesaja 53:10.
- Johannes 17:6.
- 171. Jesaja 55:4,5.
- 1 Timoteüs 2:6.
- 1 Korintiërs 1:30.
De Zoon van God, de tweede Persoon in de Drieëenheid, die waarachtig en eeuwig God is, van hetzelfde wezen met de Vader en aan Hem gelijk, heeft, toen de volheid des tijds was aangebroken, de menselijke natuur aangenomen,172 met al de echte eigenschappen en gemeenschappelijke zwakheden ervan, maar zonder zonde.173 Hij werd ontvangen door de kracht van de Heilige Geest in de moederschoot van de maagd Maria, en is van haar wezen.174 Zodat twee volledige, volmaakte en onderscheiden naturen, de Goddelijke en de menselijke, onafscheidelijk werden samengevoegd in één Persoon, zonder verwisseling, samensmelting of vermenging.175 Deze Persoon is waarachtig God en waarachtig mens, toch één Christus, de enige Middelaar tussen God en mens.176
- 172. Johannes 1:1.
- Johannes 1:14.
- 1 Johannes 5:20.
- Galaten 4:4.
- Filippenzen 2:6.
- 173. Hebreeën 2:14-17.
- Hebreeën 4:15.
- 174. Lucas 1:27.
- Lucas 1:35.
- Lucas 1:31.
- Galaten 4:4.
- 175. Lucas 1:35.
- Kolossenzen 2:9.
- Romeinen 9:5.
- 1 Petrus 3:18.
- 1 Timoteüs 3:16.
- 176. Romeinen 1:3,4.
- 1 Timoteüs 2:5.
De Here Jezus, die in zijn menselijke natuur zo met de Goddelijke verenigd werd, is geheiligd en met de Heilige Geest gezalfd zonder mate.177 Hij heeft in Zich al de schatten van wijsheid en kennis.178 Het behaagde de Vader dat in Hem de ganse volheid woning zou maken,179 en dit opdat Hij, heilig zonder schuld, zonder smet en vol van genade en waarheid,180 grondig toegerust zou zijn om het ambt van een Middelaar en Borg uit te oefenen.181 Hij matigde Zich dat ambt niet aan, maar werd daartoe geroepen door zijn Vader,182 die alle macht en rechtspraak in zijn hand legde en Hem het gebod gaf om het uit te oefenen.183
- 177. Psalm 45:7.
- Johannes 3:34.
- 178. Kolossenzen 2:3.
- 179. Kolossenzen 1:19.
- 180. Hebreeën 7:26.
- Johannes 1:14.
- 181. Handelingen 10:38.
- Hebreeën 7:22.
- Hebreeën 12:24.
- 182. Hebreeën 5:4,5.
- 183. Johannes 5:22.
- Johannes 5:27.
- Mattheüs 28:18.
- Handelingen 2:36.
De Here Jezus heeft dit ambt geheel gewillig op Zich genomen.184 Om het uit te oefenen werd Hij geboren onder de wet.185 Hij heeft het volkomen vervuld.186 Hij verdroeg de smartelijkste kwellingen onmiddellijk in zijn ziel,187 en zeer pijnlijk lijden in zijn lichaam,188 is gekruisigd en gestorven,189 werd begraven, en verbleef onder de macht van de dood, maar zag toch geen ontbinding.190 Op de derde dag is Hij opgestaan uit de doden,191 met hetzelfde lichaam als waarin Hij had geleden.192 Daarmee is Hij ook opgevaren naar de hemel. En daar zit Hij aan de rechterhand van zijn Vader,193 en doet Hij voorbede.194 En Hij zal wederkomen om aan het einde van de wereld mensen en engelen te oordelen.195
- 184. Psalm 40:7,8.
- Hebreeën 10:5.
- Johannes 10:18.
- Hebreeën 10:10.
- Filippenzen 2:8.
- 185. Galaten 4:4.
- 186. Mattheüs 3:15.
- Mattheüs 5:17.
- 187. Mattheüs 26:37,38.
- Mattheüs 27:46.
- Lucas 22:44.
- 188. Mattheüs 26:1-75.
- Mattheüs 27:1-66.
- 189. Filippenzen 2:8.
- 190. Handelingen 2:23,24.
- Handelingen 2:27.
- Handelingen 13:37.
- Romeinen 6:9.
- 191. 1 Korintiërs 15:3,4.
- 192. Johannes 20:25.
- Johannes 20:27.
- 193. Markus 16:19.
- 194. Romeinen 8:34.
- Hebreeën 7:25.
- Hebreeën 9:24.
- 195. Mattheüs 13:40-42.
- Romeinen 14:9,10.
Door zijn volmaakte gehoorzaamheid en Zelfofferande, die Hij door de eeuwige Geest eens aan God heeft geofferd, heeft de Here Jezus aan de gerechtigheid van zijn Vader volledige genoegdoening gegeven,196 en niet alleen verzoening verworven maar ook een eeuwig erfdeel in het Koninkrijk der hemelen voor allen die de Vader Hem gegeven heeft.197
- 196. Romeinen 5:19.
- Hebreeën 9:14.
- Hebreeën 9:16.
- Hebreeën 10:14.
- Efeziërs 5:2.
- Romeinen 3:25,26.
- 197. Daniël 9:24,26.
- Kolossenzen 1:19,20.
Hoewel het werk der verlossing niet eerder in feite door Christus werd gedaan dan na zijn vleeswording, werden de kracht, de werking en de weldaden ervan toch meegedeeld aan de uitverkorenen van alle tijden achtereenvolgens van het begin der wereld, in en door die beloften, typen en offeranden waarin Hij geopenbaard werd en afgebeeld als het Zaad van de vrouw dat de slang de kop vermorzelen zou, en als het Lam dat geslacht is sedert de grondlegging der wereld, gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid.198
- 198. Galaten 4:4,5.
- Genesis 3:15.
- Openbaring 13:8.
In zijn werk als Middelaar handelt Christus naar beide naturen. Hij doet door elke natuur wat daaraan eigen is.199 En toch, uit kracht van de eenheid van de Persoon, wordt wat aan de ene natuur eigen is in de Schrift soms toegeschreven aan de Persoon wanneer deze met de andere natuur wordt aangeduid.200
- 199. Hebreeën 9:14.
- 1 Petrus 3:18.
- 200. Handelingen 20:28.
- Johannes 3:13.
- 1 Johannes 3:16.
Aan allen voor wie Christus verlossing verworven heeft, geeft en deelt Hij deze zeker en krachtig mee.201 Hij doet voorbede voor hen.202 En openbaart aan hen, in en door het Woord, het geheimenis van de zaligheid.203 Hij overtuigt hen krachtdadig door zijn Geest om te geloven en te gehoorzamen. Hij regeert hun harten door zijn Woord en Geest.204 Overwint al hun vijanden door zijn almachtige kracht en wijsheid, op zulk een wijze en langs zulke wegen als het beste overeenkomen met zijn wondere en onnaspeurlijke beschikking.205
- 201. Johannes 6:37.
- Johannes 6:39.
- Johannes 10:15,16.
- 202. Johannes 2:1,2.
- Romeinen 8:34.
- 203. Johannes 15:13,15.
- Efeziërs 1:7-9.
- Johannes 17:6.
- 204. Johannes 14:16.
- Johannes 17:17.
- Romeinen 8:9,14.
- Romeinen 15:18,19.
- 2 Korintiërs 4:13.
- Hebreeën 12:2.
- 205. Psalm 110:1.
- 1 Korintiërs 15:25,26.