Laden

De Christelijke vrijheid en vrijheid van geweten

De Christelijke vrijheid en vrijheid van geweten

De Christelijke vrijheid en vrijheid van geweten - Hoofdstuk van de Westminster Geloofsbelijdenis
  1. De vrijheid die Christus voor de gelovigen onder het evangelie heeft verworven, bestaat uit hun vrij-zijn van de zondeschuld, de verdoemende toorn van God, de vloek van de zedelijke wet388 en uit hun verlossing van de tegenwoordige boze wereld, de slavernij van Satan, en de heerschappij van de zonde,389 van het kwaad van bezoekingen, de prikkel des doods, de overwinning van het graf, en eeuwige verdoemenis.390 En ook uit hun vrije toegang tot God391 en de gehoorzaamheid die zij aan Hem opbrengen, en dat niet uit slaafse vrees maar uit kinderlijke liefde en een gewillig gemoed.392 Dit alles hadden ook de gelovigen onder de wet gemeen,393 maar onder het Nieuwe Testament is de vrijheid van de Christenen uitgebreid: zij zijn ook vrij van het juk van de ceremoniële wet waaraan de joodse kerk onderworpen was;394 ze hebben meer vrijmoedigheid in het naderen tot de troon der genade;395 en een vollere gemeenschap met de genadige Geest van God dan waaraan de gelovigen onder de wet gewoonlijk deel hadden.396

    • 388. Titus 2:14.
    • 1 Thessalonicenzen 1:10.
    • Galaten 3:13.
    • 389. Galaten 1:4.
    • Kolossenzen 1:13.
    • Handelingen 26:18.
    • Romeinen 6:14.
    • 390. Romeinen 8:28.
    • Psalm 119:71.
    • 1 Korintiërs 15:54-57.
    • Romeinen 8:1.
    • 391. Romeinen 5:1,2.
    • 392. Romeinen 8:14,15.
    • 1 Johannes 4:18.
    • 393. Galaten 3:9,14.
    • 394. Galaten 4:1,2,3,6,7.
    • Galaten 5:1.
    • Handelingen 15:10,11.
    • 395. Hebreeën 4:14,16.
    • Hebreeën 10:19-22.
    • 396. Johannes 7:38,39.
    • 2 Korintiërs 3:13,17,18.
  2. God alleen is Heer van het geweten,397 en heeft het vrijgehouden van de menselijke leringen en geboden die in zaken van geloof en eredienst398 in enig opzicht tegen zijn Woord ingaan of eraan toegevoegd zijn. Zodat zulke leringen te geloven of zulke geboden naar geweten te gehoorzamen verraad betekent aan de ware gewetensvrijheid.399 En het eisen van onvoorwaardelijk geloof en van een absolute en blinde gehoorzaamheid betekent de gewetensvrijheid te vernietigen en de rede eveneens.400

    • 397. Jakobus 4:12.
    • Romeinen 14:4.
    • 398. Handelingen 4:19.
    • Handelingen 5:29.
    • 1 Korintiërs 7:23.
    • Mattheüs 23:8-10.
    • 2 Korintiërs 1:24.
    • Mattheüs 15:9.
    • 399. Kolossenzen 2:20,22,23.
    • Galaten 1:10.
    • Galaten 2:4,5.
    • Galaten 5:1.
    • 400. Romeinen 10:17.
    • Romeinen 14:23.
    • Jesaja 8:20.
    • Handelingen 17:11.
    • Johannes 4:22.
    • Hosea 5:11.
    • Openbaring 13:12,16,17.
    • Jeremia 8:9.
  3. Degenen die, onder de dekmantel van de christelijke vrijheid, een bepaalde zonde bedrijven, of zich aan de een of andere lust overgeven, vernietigen daarmee de zin en het doel die de christelijke vrijheid heeft. Zin en doel daarvan zijn immers dat wij, zonder vrees, uit de hand der vijanden verlost, de Here zouden dienen in heiligheid en gerechtigheid voor zijn aangezicht, al onze dagen.401

    • 401. Galaten 5:13.
    • 1 Petrus 2:16.
    • 2 Petrus 2:19.
    • Johannes 8:34.
    • Lucas 1:74,75.
  4. En omdat de machten die God verordineerd heeft, en de vrijheid die Christus verworven heeft, niet door God bedoeld zijn om te vernietigen maar om over en weer elkaar te steunen en te bewaren, weerstaan degenen die onder de dekmantel van de christelijke vrijheid de een of andere wettige macht of de wettige uitoefening ervan tegenstaan, hetzij het een burgerlijke of een kerkelijke macht betreft, de ordinantie van God.402 En zij die zulke meningen openbaarmaken of dergelijke praktijken verdedigen, zoals die tegen het licht der natuur ingaan of tegen de bekende beginselen van het Christendom betreffende het geloof, de eredienst of de levenswandel of tegen de kracht der Godzaligheid, dan wel wanneer het betreft zulke verkeerde meningen of praktijken die krachtens hun aard of door de manier waarop ze openbaargemaakt of verdedigd worden de uiterlijke vrede en orde die Christus in zijn kerk heeft gevestigd, dreigen te verstoren, zullen wettig ter verantwoording geroepen worden en aan de kerkelijke censuur403 en aan de macht van de burgerlijke overheid worden onderworpen.404

    • 402. Mattheüs 12:25.
    • 1 Petrus 2:13,14,16.
    • Romeinen 13:1-8.
    • Hebreeën 13:17.
    • 403. Romeinen 1:32.
    • 1 Korintiërs 5:1,5,11,13.
    • 2 Johannes 1:10,11.
    • 404. Deuteronomium 13:6-12.
    • Romeinen 13:3,4.
    • 2 Johannes 1:10,11.