De volharding der heiligen
De volharding der heiligen
De volharding der heiligen - Hoofdstuk van de Westminster Geloofsbelijdenis
Degenen die God heeft aangenomen in zijn Geliefde, krachtdadig geroepen en geheiligd door zijn Geest, kunnen noch helemaal noch voorgoed uit de staat van genade vallen, maar zij zullen daarin zeker tot het einde toe volharden en eeuwig zalig worden.334
- 334. Filippenzen 1:6.
- 2 Petrus 1:10.
- Johannes 10:28,29.
- 1 Johannes 3:9.
- 1 Petrus 1:5,9.
Deze volharding der heiligen hangt niet af van hun eigen vrije wil, maar van de onveranderlijkheid van het besluit van verkiezing, die voortvloeit uit de genadige en onveranderlijke liefde van God de Vader.335 Ze hangt af van de kracht van de verdienste en de voorbede van Jezus Christus,336 van de Geest en van het zaad Gods die duurzaam in hen blijven,337 en van de natuur van het verbond der genade.338 Uit dit alles komt ook de zekerheid en onfeilbaarheid ervan voort.339
- 335. 1 Timoteüs 2:18,19.
- Jeremia 31:3.
- 336. Hebreeën 10:10,14.
- Hebreeën 13:20,21.
- Hebreeën 9:12-15.
- Romeinen 8:33-39.
- Hebreeën 7:25.
- 337. Johannes 14:16,17.
- 1 Johannes 2:27.
- 1 Johannes 3:9.
- 338. Jeremia 32:40.
- 339. Johannes 10:28.
- 2 Thessalonicenzen 3:3.
Toch kunnen zij, door de verzoekingen van Satan en van de wereld, de heerschappij van de verdorvenheid die in hen blijft, en het verwaarlozen van de middelen die gegeven zijn voor hun behoud, in ernstige zonden vallen, en voor een tijd daarin blijven, waardoor zij het mishagen van God over zich halen340 en zijn Heilige Geest bedroeven,341 en voor een goed deel verstoken raken van hun genadegaven en vertroostingen, hun hart verharden,342 hun geweten kwetsen, anderen pijn doen en aanstoot geven, en tijdelijke oordelen over zichzelf halen.343
- 340. Mattheüs 26:70,72,74.
- 341. Psalm 51:14.
- 342. Jesaja 64:5,7,9.
- 2 Samuël 11:27.
- 343. Efeziërs 4:30.
- 344. Psalm 51:8,10,12.
- Openbaring 2:4.
- Hooglied 5:2,4,6.
- 345. Jesaja 63:17.
- Markus 6:52.
- Markus 16:14.
- 346. Psalm 32:3,4.
- Psalm 51:8.
- 347. 2 Samuël 12:14.
- 348. Psalm 89:31,32.
- 1 Korintiërs 11:32.