Laden

De eredienst en de sabbat

De eredienst en de sabbat

De eredienst en de sabbat - Hoofdstuk van de Westminster Geloofsbelijdenis
  1. Het licht der natuur laat zien dat er een God is die heerschappij en soevereiniteit over allen heeft. Hij is goed en doet goed aan allen. En daarom moet men Hem vrezen, liefhebben, prijzen, aanroepen, vertrouwen en dienen met geheel het hart, met geheel de ziel en met geheel de kracht.405 Maar de wijze van verering van de ware God die voor Hem aanvaardbaar is werd door Hemzelf ingesteld, en is zo aan zijn geopenbaarde wil gebonden dat Hij niet mag worden vereerd naar de denkbeelden en vindingen van mensen of de ingevingen van Satan, door middel van de een of andere zichtbare voorstelling of een andere manier die niet in de heilige Schrift is voorgeschreven.406

    • 405. Romeinen 1:20.
    • Handelingen 17:24.
    • Psalm 119:68.
    • Jeremia 10:7.
    • Psalm 62:8.
    • Romeinen 10:12.
    • Psalm 6:8.
    • Jozua 24:14.
    • Markus 12:33.
    • 406. Deuteronomium 12:32.
    • Mattheüs 15:9.
    • Handelingen 17:25.
    • Mattheüs 4:9,10.
  2. Religieuze verering moet worden gegeven aan God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, en aan Hem alleen.407 Niet aan engelen, heiligen of aan welk ander schepsel ook.408 En sinds de zondeval niet zonder een Middelaar, noch door bemiddeling van een ander dan van Christus alleen.409

    • 407. Mattheüs 4:10.
    • Johannes 5:23.
    • 2 Korintiërs 13:14.
    • 408. Kolossenzen 2:18.
    • Openbaring 19:10.
    • 409. Johannes 14:6.
    • 1 Timoteüs 2:5.
    • Efeziërs 2:18.
  3. Het gebed, met dankzegging, als één speciaal onderdeel van de eredienst,410 wordt door God van alle mensen vereist.411 En opdat het Hem welgevallig mag zijn, moet het worden gedaan in de naam van de Zoon412 met de bijstand van zijn Geest,413 naar zijn wil,414 met verstand, eerbied, nederigheid, innigheid, geloof, liefde en volharding,415 en wanneer het hardop uitgesproken wordt in een bekende taal.416

    • 410. Filippenzen 4:6.
    • 411. Psalm 65:2.
    • 412. Johannes 14:13,14.
    • 1 Petrus 2:5.
    • 413. Romeinen 8:26.
    • 414. 1 Johannes 4:14.
    • 415. Psalm 47:7.
    • Prediker 5:1,2.
    • Hebreeën 12:28.
    • Genesis 18:27.
    • Jakobus 5:16.
    • 416. 1 Korintiërs 14:14.
  4. Er moet gebeden worden voor dingen die geoorloofd zijn,417 en voor allerlei mensen die in leven zijn of hierna zullen leven.418 Maar niet voor de doden,419 of voor degenen van wie bekend is dat zij de zonde tot de dood bedreven hebben.420

    • 417. 1 Johannes 5:14.
    • 418. 1 Timoteüs 2:1,2.
    • Johannes 17:20.
    • 419. 2 Samuël 12:21-23.
    • Lucas 16:25,26.
    • 420. 1 Johannes 5:16.
  5. De lezing van de Schriften met Goddelijke vrees,421 de gezonde prediking422 en het gewetensvol luisteren naar het Woord, in gehoorzaamheid aan God, met verstand, geloof en eerbied,423 het zingen van psalmen met dank in het hart,424 en ook de bediening van de sacramenten die door Christus zijn ingesteld op de bestemde tijd, en het waardig ontvangen ervan, het zijn allemaal delen van de normale eredienst aan God.425 Bovendien ook religieuze eden426 en geloften,427 plechtig vasten428 en bijzondere dankdiensten,429 die naar hun respectieve tijden en gelegenheden op heilige en Godvrezende manier gedaan en gehouden dienen te worden.430

    • 421. Mattheüs 28:19.
    • 1 Korintiërs 11:23-29.
    • Handelingen 2:42.
    • 422. Handelingen 15:21.
    • Openbaring 1:3.
    • 423. 2 Timoteüs 4:2.
    • 424. Jakobus 1:22.
    • Handelingen 10:33.
    • Mattheüs 13:19.
    • 425. Kolossenzen 3:16.
    • Efeziërs 5:19.
    • Jakobus 5:13.
    • 426. Hebreeën 12:28.
    • 427. Ester 9:22.
    • Psalm 107:1.
    • 428. Deuteronomium 6:13.
    • Nehemia 10:29.
    • 429. Jesaja 19:21.
    • Prediker 5:4,5.
    • 430. Joël 2:12.
    • Ester 4:16.
    • Mattheüs 9:15.
    • 1 Korintiërs 7:5.
    • 431. Psalm 107.
    • Ester 9:22.
  6. Noch het gebed noch welk ander deel van de eredienst ook is nu onder het evangelie gebonden aan, of meer Gode welgevallig door, de een of andere plaats waar ze gebeurt of waarheen ze gericht wordt.432 Maar God moet overal433 vereerd worden in geest en waarheid,434 zowel in de afzonderlijke gezinnen,435 en dat dagelijks,436 en in het verborgene door ieder voor zichzelf,437 als ook meer plechtig in de openbare samenkomsten, die dan ook niet zorgeloos of moedwillig verzuimd of veronachtzaamd moeten worden, wanneer God door zijn Woord of voorzienigheid daartoe roept.438

    • 432. Johannes 4:21.
    • 433. Maleachi 1:11.
    • 1 Timoteüs 2:8.
    • 434. Johannes 4:23,24.
    • 435. Mattheüs 6:11.
    • 436. Jeremia 10:25.
    • Deuteronomium 6:6,7.
    • Job 1:5.
    • 437. Mattheüs 6:6.
    • 438. Jesaja 56:6,7.
    • Hebreeën 10:25.
    • Spreuken 1:20,21,24.
  7. Zoals het in de natuurwet ligt dat, in het algemeen, een behoorlijke hoeveelheid tijd gereserveerd moet worden voor de verering van God, zo heeft Hij, in zijn Woord, door een stellig, zedelijk en altijd geldend gebod dat alle mensen in alle eeuwen bindt, één dag uit de zeven in het bijzonder als sabbat aangewezen, die dan ook aan Hem moet worden geheiligd.439 Dat was van het begin van de wereld tot aan de opstanding van Christus de laatste dag van de week. Maar vanaf Christus' opstanding is hij veranderd in de eerste dag van de week.440 Deze wordt in de Schrift de Dag des Heren genoemd,441 en moet als de Christelijke sabbat onderhouden worden tot aan het einde van de wereld.442

    • 439. Exodus 20:8,10,11.
    • 440. Genesis 2:2,3.
    • 1 Korintiërs 16:1,2.
    • Handelingen 20:7.
    • 441. Openbaring 1:10.
    • 442. Exodus 20:8,10.
    • Mattheüs 5:17,18.
  8. Deze sabbat wordt dan aan de Here geheiligd wanneer de mensen, na de verschuldigde voorbereiding van hun hart en nadat zij vóór die tijd hun dagelijkse aangelegenheden geregeld hebben, niet alleen de hele dag een heilige rust in acht nemen van hun werken, woorden en gedachten betreffende hun wereldlijke arbeid en ontspanning,443 maar ook de hele tijd in beslag genomen worden door de openbare of persoonlijke oefeningen van hun verering van God, of ook door werken van noodzakelijkheid en barmhartigheid.444

    • 443. Exodus 20:8.
    • Exodus 16:13,25,26,29,30.
    • Exodus 31:15-17.
    • 444. Jesaja 58:13.
    • Mattheüs 12:1-13.