Het avondmaal des Heren
Het avondmaal des Heren
Het avondmaal des Heren - Hoofdstuk van de Westminster Geloofsbelijdenis
In de nacht waarin Hij verraden werd heeft onze Here Jezus het sacrament van zijn lichaam en bloed ingesteld, dat wij het avondmaal des Heren noemen. Het moet in de kerk onderhouden worden tot het einde van de wereld, ter voortdurende gedachtenis van zijn Zelf-offerande in zijn dood, voor de verzegeling van alle weldaden die daaruit voor de ware gelovigen voortkomen, voor hun geestelijke voeding en hun groei in Hem, om zich almeer betrokken te weten bij alle plichten die zij Hem verschuldigd zijn en die te vervullen, en als een band en onderpand van hun gemeenschap met Hem en met elkaar als leden van zijn mystieke lichaam.544
- 544. 1 Korintiërs 11:23-26.
- 1 Korintiërs 10:16,17,21.
- 1 Korintiërs 12:13.
In dit sacrament wordt Christus niet aan zijn Vader geofferd. Ook wordt er beslist geen echte offerande gebracht voor de vergeving van de zonden van levenden en doden.545 Maar het is slechts een herdenking van de ene offerande van Zichzelf, door Hem aan het kruis gebracht, eens voor altijd, en een geestelijk offer van alle mogelijke lof aan God daarvoor gebracht.546 Dat brengt met zich mee dat het paapse misoffer — zoals zij dat noemen — een afschuwelijke belediging is voor het ene en enige offer van Christus, de enige verzoening van al de zonden van de uitverkorenen.547
- 545. Hebreeën 9:22,25,26,28.
- 546. 1 Korintiërs 11:24-26.
- Mattheüs 26:26,27.
- 547. Hebreeën 7:23,24,27.
- Hebreeën 10:11,12,14,18.
De Here Jezus heeft in deze instelling aan zijn dienaren voorgeschreven om zijn instellingswoorden aan de mensen uit te leggen, te bidden, en de tekenen van brood en wijn te zegenen, en die daardoor van een algemeen tot een heilig gebruik af te zonderen; en om het brood te nemen en het te breken, de beker eveneens te nemen, en beide — terwijl zijzelf ook deelnemen — aan de deelnemenden uit te reiken,548 maar niet aan degenen die dan niet in de gemeente aanwezig zijn.549
- 548. Mattheüs 26:26-28.
- Markus 14:22-24.
- 549. Handelingen 20:7.
- 1 Korintiërs 11:20.
Privaatmissen, of het als enige ontvangen van dit sacrament door een priester of iemand anders,550 en evenzo het ontzeggen van de beker aan het volk,551 het vereren van de tekenen, die omhoog te heffen, of voor aanbidding rond te dragen en te bewaren voor het een of ander zogenaamd religieus gebruik — al die dingen gaan in tegen de natuur van dit sacrament en tegen de instelling van Christus.552
- 550. 1 Korintiërs 10:16.
- 551. Markus 14:23.
- 1 Korintiërs 10:25-29.
- 552. Mattheüs 15:9.
De uiterlijke tekenen van dit sacrament, afgezonderd tot het gebruik zoals dat door Christus is ingesteld, staan in zulk een betrekking tot Hem, de Gekruisigde, dat zij terecht, maar toch alleen naar de aard van de sacramenten, soms worden genoemd met de naam van de dingen die zij voorstellen, namelijk het lichaam en bloed van Christus.553 Hoewel, in wezen en aard blijven ze toch echt en alleen brood en wijn, zoals ze vóór die tijd waren.554
- 553. Mattheüs 16:26-28.
- 554. 1 Korintiërs 11:26-28.
- Mattheüs 26:29.
De leer die, bij consecratie door een priester of op andere manier, een verandering van de substantie van brood en wijn in de substantie van Christus' lichaam en bloed verdedigt (gewoonlijk transsubstantiatie genoemd) is niet alleen strijdig met de Schrift, maar ook met het gezond verstand en de rede. Ze vervalst de natuur van dit sacrament, en was en is een bron van veel bijgelovigheden, ja van grove afgoderijen.555
- 555. Handelingen 3:21.
- 1 Korintiërs 11:24-26.
Wanneer zij, die waardig zijn om het te ontvangen, uiterlijk de zichtbare elementen in dit sacrament gebruiken,556 ontvangen ze tegelijkertijd en metterdaad ook innerlijk door het geloof, maar dat niet vleselijk en lichamelijk, maar geestelijk, Christus, de Gekruisigde. En ze worden met Hem en met alle weldaden van zijn dood gevoed. Christus' lichaam en bloed is dan wel niet lichamelijk of vleselijk in, met en onder de tekenen van brood en wijn aanwezig, maar ze zijn dat toch voor het geloof van wie aan deze instelling geloof hechten, even echt — hoewel dan geestelijk — als de elementen zelf er voor hun uiterlijke zintuigen zijn.557
- 556. 1 Korintiërs 11:28.
- 557. 1 Korintiërs 10:16.
Hoewel onwetende en slechte lieden de uiterlijke elementen van dit sacrament ontvangen, toch ontvangen zij niet wat erdoor afgebeeld wordt. Maar door hun onwaardig komen tot het avondmaal zijn zij schuldig aan het lichaam en bloed des Heren, tot hun eigen verdoemenis. Daarom zijn alle onwetenden en Goddeloze personen totaal ongeschikt om de gemeenschap met de Here te genieten, en zijn ze onwaardig om aan zijn tafel aan te zitten, en — zonder zwaar tegen Christus te zondigen — kunnen ze, zolang ze zo blijven, niet aan deze heilige verborgenheden deelnemen,558 of ertoe toegelaten worden.559
- 558. 1 Korintiërs 11:27-29.
- 559. 1 Korintiërs 5:6,7,13.