De aanneming tot kinderen
De aanneming tot kinderen
De aanneming tot kinderen - Hoofdstuk van de Westminster Geloofsbelijdenis
God verwaardigt Zich, in en om zijn enige Zoon Jezus Christus, om allen die gerechtvaardigd worden deelgenoten te maken in de genade van de aanneming tot kinderen.1 Daarom worden zij opgenomen onder het getal van de kinderen van God en genieten zij de vrijheden en voorrechten daarvan.2 Zijn naam wordt over hen uitgeroepen,3 en zij ontvangen de Geest van het zoonschap.4 Zij hebben toegang met vertrouwen tot de troon der genade.5 Zij zijn gerechtigd om te roepen: Abba, Vader.6 God ontfermt Zich over hen,7 beschermt hen,8 verzorgt hen,9 en kastijdt hen als een Vader.10 Toch worden ze nooit verstoten,11 maar ze worden verzegeld tegen de dag der verlossing,12 en beërven de beloften,13 als erfgenamen van een eeuwigdurend heil.14
- 252. Efeziërs 1:5.
- Galaten 4:4,5.
- 253. Romeinen 8:17.
- Johannes 1:12.
- 254. Jeremia 14:9.
- Openbaring 3:12.
- 255. Romeinen 8:15.
- 256. Efeziërs 3:12.
- Romeinen 5:2.
- 257. Galaten 4:6.
- 258. Psalm 103:13.
- 259. Mattheüs 6:30-32.
- 1 Petrus 5:7.
- 260. Hebreeën 12:6.
- 261. Klaagliederen 3:31.
- 262. Efeziërs 4:30.
- 263. Hebreeën 6:12.
- 264. 1 Petrus 1:3,4.
- Hebreeën 1:14.