Laden

De val van de mens, de zonde en de straf daarover

De val van de mens, de zonde en de straf daarover

De val van de mens, de zonde en de straf daarover - Hoofdstuk van de Westminster Geloofsbelijdenis
  1. Onze eerste voorouders, door de listigheid en verzoeking van Satan verleid, zondigden door te eten van de verboden vrucht.124 Het behaagde God, naar zijn wijze en heilige raad, om deze zonde van hen toe te laten, met het voornemen om haar tot zijn eigen eer te schikken.125

    • 124. Genesis 3:13.
    • 2 Kronieken 11:3.
    • 125. Romeinen 11:32.
  2. Door deze zonde vielen ze uit hun oorspronkelijke gerechtigheid en uit de gemeenschap met God, en zo werden ze dood door zonde, en geheel en al bezoedeld in alle vermogens en delen van ziel en lichaam.126

    • 126. Genesis 3:6-8.
    • Prediker 7:29.
    • 127. Romeinen 3:23.
    • 128. Genesis 2:17.
    • Efeziërs 2:1.
    • 129. Genesis 6:5.
    • Jeremia 17:9.
    • Titus 1:15.
  3. Aangezien zij de wortel waren waaruit de hele mensheid is voortgekomen, werd de schuld van deze zonde toegerekend130 aan heel het nageslacht dat door normale voortplanting uit hen voortkwam,131 zoals ook dezelfde dood door zonde en de verdorven natuur aan dat nageslacht werden overgedragen.

    • 130. Genesis 1:27,28.
    • Genesis 2:16,17.
    • Handelingen 17:26.
    • 131. Psalm 51:5.
    • Genesis 5:3.
    • Job 14:4.
    • Job 15:14.
  4. Uit deze erfelijke verdorvenheid, waardoor wij totaal onbekwaam en onmachtig zijn, en tegenstanders van alle goeds geworden,132 en tot alle boosheid volkomen geneigd,133 komen alle dagelijkse overtredingen voort.134

    • 132. Romeinen 3:10-12.
    • Romeinen 5:6.
    • Romeinen 8:7.
    • Romeinen 7:18.
    • Kolossenzen 1:21.
    • 133. Genesis 6:5.
    • Genesis 8:21.
    • Romeinen 3:10-12.
    • 134. Jakobus 1:14,15.
    • Efeziërs 2:2,3.
  5. Deze verdorvenheid van onze natuur blijft, in dit leven, ook in de mensen die wedergeboren zijn.135 En hoewel ze door Christus vergeven en gedood wordt, toch zijn beide, zijzelf en alle aandriften die eruit voortkomen, werkelijk zonde, en worden ze terecht zo genoemd.136

    • 135. 1 Johannes 1:8-10.
    • Romeinen 7:14.
    • Romeinen 7:17,18.
    • 136. Romeinen 7:5.
    • Romeinen 7:7,8.
  6. Alle zonde, beide die ons is aangeboren en de zonde die wij doen, als overtredingen van de rechtvaardige wet van God en daartegen bedreven,137 laadt naar haar natuur schuld op de zondaar,138 waardoor hij de toorn van God139 en de vloek van de wet140 moet ondergaan, en aan de dood wordt onderworpen,141 met daarbij nog alle ellenden van een geestelijk,142 tijdelijk143 en eeuwig144 karakter.

    • 137. 1 Johannes 3:4.
    • 138. Romeinen 2:15.
    • Romeinen 3:9.
    • 139. Efeziërs 2:3.
    • 140. Galaten 3:10.
    • 141. Romeinen 6:23.
    • 142. Efeziërs 4:18.
    • 143. Romeinen 8:20.
    • Klaagliederen 3:39.
    • 144. Mattheüs 25:41.
    • 2 Thessalonicenzen 1:9.