De heiliging
De heiliging
De heiliging - Hoofdstuk van de Westminster Geloofsbelijdenis
Zij die krachtdadig geroepen en wedergeboren zijn, en een nieuw hart en een nieuwe geest in zich geschapen kregen, worden verder waarachtig en persoonlijk geheiligd om de verdienste van de dood en opstanding van Christus,265 door zijn Woord en Geest die in hen woont.266 De heerschappij van het gehele lichaam der zonde wordt vernietigd,267 en de verscheidene lusten daarvan worden meer en meer verzwakt en gedood,268 en zijzelf worden almeer levend gemaakt en in alle heilzame genadegaven versterkt269 om ware heiligheid in praktijk te brengen, zonder welke niemand de Here zien zal.270
- 265. 1 Korintiërs 6:11.
- Romeinen 6:5,6.
- 266. Johannes 17:17.
- Efeziërs 5:26.
- 2 Thessalonicenzen 2:13.
- 267. Romeinen 6:6,14.
- 268. Galaten 5:24.
- Romeinen 8:13.
- 269. Kolossenzen 1:11.
- Efeziërs 3:16-19.
- 270. 2 Korintiërs 7:1.
- Hebreeën 12:14.
Deze heiliging breidt zich uit over de hele mens.271 En toch is ze in dit leven onvolmaakt. Er blijven nog bepaalde resten van verdorvenheid in elk deel.272 Daaruit komt een voortdurende en onverzoenlijke strijd voort: het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees.273
- 271. 1 Thessalonicenzen 5:23.
- 272. 1 Johannes 1:10.
- Romeinen 7:18,23.
- 273. Galaten 5:17.
- 1 Petrus 2:11.
Hoewel in deze strijd de overblijvende verdorvenheid voor een tijd sterk de overhand kan hebben,274 toch overwint het wedergeboren deel, dank zij de voortdurende voorziening van kracht door de heiligende Geest van Christus.275 En zo nemen de heiligen toe in genade,276 en volmaken zij hun heiligheid in de vreze Gods.277
- 274. Romeinen 7:23.
- 275. Romeinen 6:14.
- 1 Johannes 5:4.
- 276. 2 Petrus 3:18.
- 2 Korintiërs 3:18.
- 277. 2 Korintiërs 7:1.