Laden

Het zaligmakend geloof

Het zaligmakend geloof

Het zaligmakend geloof - Hoofdstuk van de Westminster Geloofsbelijdenis
  1. De genadegave van het geloof, waardoor de uitverkorenen in staat gesteld worden om te geloven tot behoud van hun ziel,278 is het werk van de Geest van Christus in hun hart,279 en wordt gewoonlijk gewerkt door de bediening van het Woord.280 Daardoor, en ook door de bediening van de sacramenten, en door gebed, wordt het ook vermeerderd en versterkt.281

    • 278. Hebreeën 10:39.
    • 279. 2 Korintiërs 4:13.
    • Efeziërs 1:17-19.
    • Efeziërs 2:8.
    • 280. Romeinen 10:14,17.
    • 281. 1 Petrus 2:2.
    • Handelingen 20:32.
  2. Door dit geloof houdt een Christen voor waarachtig alles wat in het Woord is geopenbaard, vanwege het gezag van God Zelf dat daarin spreekt.282 Hij handelt op verschillende manieren in antwoord op wat elk afzonderlijk gedeelte bevat: ijverig brengt hij gehoorzaamheid op aan de geboden, hij beeft voor de dreigementen, en omhelst Gods beloften voor dit en het toekomende leven.283 Maar de voornaamste werken van het zaligmakende geloof zijn: het aanvaarden en ontvangen van Christus, en het rusten op Hem alleen voor de rechtvaardiging, heiliging en het eeuwige leven, uit kracht van het verbond der genade.284

    • 282. Johannes 4:42.
    • 1 Thessalonicenzen 2:13.
    • 283. Romeinen 16:26.
    • 284. Jesaja 66:2.
    • 285. Hebreeën 11:13.
    • 1 Timoteüs 4:8.
    • 286. Johannes 1:12.
    • Handelingen 16:31.
    • Galaten 2:20.
    • Handelingen 15:11.
  3. Dit geloof verschilt in graden: het is zwak of sterk.287 Het kan vaak en op verschillende manieren aangevallen en verzwakt worden. Toch behaalt het de overwinning.288 Het groeit in velen op tot een volle verzekerdheid door Christus,289 Die zowel de Auteur en de Voleinder van ons geloof is.290

    • 287. Hebreeën 5:13,14.
    • Romeinen 4:19,20.
    • Mattheüs 6:30.
    • Mattheüs 8:10.
    • 288. Lucas 22:31,32.
    • Efeziërs 6:16.
    • 1 Johannes 5:4,5.
    • 289. Hebreeën 6:11,12.
    • Hebreeën 10:22.
    • Kolossenzen 2:2.
    • 290. Hebreeën 12:2.