De gemeenschap der heiligen
De gemeenschap der heiligen
De gemeenschap der heiligen - Hoofdstuk van de Westminster Geloofsbelijdenis
Alle heiligen die in Jezus Christus hun Hoofd verenigd zijn door zijn Geest en door het geloof, hebben gemeenschap met Hem in zijn genadegaven, lijden, dood, opstanding en heerlijkheid.507 En, verenigd met elkaar in de liefde hebben zij deel aan elkaars talenten en gaven.508 Zij zijn gebonden om zulke openbare en persoonlijke plichten te vervullen als bijdragen tot het wederkerige welzijn zowel van de inwendige als van de uitwendige mens.509
- 507. 1 Johannes 1:3.
- Efeziërs 3:16-19.
- Johannes 1:16.
- 508. Efeziërs 4:15,16.
- 1 Korintiërs 12:7.
- 1 Korintiërs 3:21-23.
- Kolossenzen 2:19.
- 509. 1 Thessalonicenzen 5:11,14.
- Romeinen 1:11,12,14.
- 1 Johannes 3:16-18.
- Galaten 6:10.
De heiligen zijn krachtens hun belijdenis verplicht om een heilige broederschap en gemeenschap in het vereren van God te onderhouden en zulke andere geestelijke diensten aan elkaar te bewijzen als tot hun wederkerige opbouw strekken.510 Ze moeten elkaar ook in allerlei uiterlijke dingen ondersteunen, al naar hun verschillende vermogens en naardat nodig is. En deze gemeenschap moet, zoveel God daartoe gelegenheid geeft, worden uitgestrekt tot allen die waar dan ook de naam van de Here Jezus aanroepen.511
- 510. Hebreeën 10:24,25.
- Handelingen 2:42,46.
- Jesaja 2:3.
- 1 Korintiërs 11:20.
- 511. Handelingen 2:44,45.
- 1 Johannes 3:17.
- 2 Korintiërs 8:1-24.
- 2 Korintiërs 9:1-15.
- Handelingen 11:29,30.
Deze gemeenschap, die de heiligen met Christus hebben, maakt hen op geen enkele manier deelgenoten aan het wezen van zijn Godheid, noch aan Christus in enig opzicht gelijk512 — dit te beweren is Goddeloos en Godslasterlijk. Ook ontneemt hun gemeenschap als heiligen met elkaar niemand de aanspraak of het eigendomsrecht dat ieder van hen op zijn goederen of bezittingen heeft, of maakt ze inbreuk erop.513
- 512. Kolossenzen 1:18.
- 1 Korintiërs 8:6.
- Jesaja 42:8.
- 1 Timoteüs 6:15,16.
- Psalm 45:7.
- Hebreeën 1:8,9.
- 513. Exodus 20:15.
- Efeziërs 4:28.
- Handelingen 5:4.