Het berouw ten leven
Het berouw ten leven
Het berouw ten leven - Hoofdstuk van de Westminster Geloofsbelijdenis
Berouw ten leven is een genade door het evangelie gegeven.291 De leer daarvan moet door elke dienaar van het evangelie worden gepredikt evengoed als die van het geloof in Christus.292
- 291. Handelingen 11:18.
- Zacharia 12:10.
- 292. Lucas 24:47.
- Markus 1:15.
- Handelingen 20:21.
Bij zulk een berouw betreurt de zondaar — niet alleen om het uitzicht op wat hij te duchten heeft, maar ook omdat hij zich bewust is van het vuile en verfoeilijke karakter van zijn zonden, die immers tegen de heilige natuur van God en zijn rechtvaardige wet ingaan, en onder invloed van zijn barmhartigheid in Christus over wie boetvaardig zijn — zijn zonden en haat hij ze zo dat hij zich van al die zonden tot God bekeert,293 met het voornemen en de inspanning om met Hem op al de paden van zijn geboden te wandelen.294
- 293. Ezechiël 18:30,31.
- Ezechiël 36:31.
- Jesaja 30:22.
- Psalm 51:4.
- Jeremia 31:18,19.
- 294. Psalm 119:6,59,106.
- Lucas 1:6.
- 2 Koningen 23:25.
Hoewel boetvaardigheid niet iets mag zijn waarop we vertrouwen als was het een soort genoegdoening voor onze zonden of een oorzaak voor de vergeving daarvan295 — die een daad is van Gods vrije genade in Christus296 — toch is ze zozeer noodzakelijk voor alle zondaren, dat niemand zonder haar vergeving mag verwachten.297
- 295. Ezechiël 36:31.
- Ezechiël 16:61-63.
- 296. Hosea 14:2,4.
- Romeinen 3:24.
- Efeziërs 1:7.
- 297. Lucas 13:3,5.
- Handelingen 17:30,31.
Zoals er geen enkele zonde is, hoe klein ook, die niet de verdoemenis verdient,298 zo is er ook geen zonde zo groot dat ze verdoemenis zou brengen voor wie werkelijk berouw heeft.299
- 298. Romeinen 6:23.
- Mattheüs 12:36.
- Romeinen 5:12.
- 299. Jesaja 55:7.
- Romeinen 8:1.
- Jesaja 1:16,18.
Men behoort zich niet tevreden te stellen met een boetvaardigheid in het algemeen, maar het is ieders plicht zich in het bijzonder300 in te spannen om boetvaardigheid te tonen over zijn persoonlijke zonden.
- 300. Psalm 51:13.
- Lucas 19:8.
- 1 Timoteüs 1:13,15.
Zoals ieder mens verplicht is persoonlijk belijdenis van zijn zonden tegenover God te doen en te bidden om vergeving ervan301 — waarover hij, als hij ze vervolgens ook laat, genade zal vinden302 — zo dient wie zijn broeder of de kerk van Christus aanstoot gegeven heeft bereid te zijn om, door een persoonlijke of openbare belijdenis en verklaring van leedwezen over zijn zonde, zijn boetvaardigheid te tonen aan hen die gekrenkt zijn.303 En die laatsten moeten zich daarop met hem verzoenen en hem in liefde ontvangen.304
- 301. Psalm 32:5,6.
- Psalm 51:4,5,7,9,14.
- 302. Spreuken 28:13.
- 1 Johannes 1:9.
- 303. Jakobus 5:16.
- Lucas 17:3,4.
- Jozua 7:19.
- Psalm 51:1-19.
- 304. 2 Korintiërs 2:8.