De zekerheid van genade en zaligheid
De zekerheid van genade en zaligheid
De zekerheid van genade en zaligheid - Hoofdstuk van de Westminster Geloofsbelijdenis
Hypocrieten en andere onwedergeboren mensen kunnen zichzelf vergeefs bedriegen met valse hoop en vleselijke inbeeldingen dat zij bij God in de gunst staan en in de staat van behoud verkeren. Maar die hoop van hen zal vergaan.349 Daartegenover mogen wie waarachtig in de Here Jezus geloven en Hem oprecht liefhebben en hun best doen om met een goed geweten voor Hem te wandelen zich in dit leven stellig ervan verzekerd weten dat zij in de staat van genade leven.350 Zij mogen roemen in de hoop op de heerlijkheid van God, welke hoop hen nooit beschaamd zal maken.351
- 349. Job 8:13,14.
- Micha 3:11.
- Deuteronomium 29:19.
- Johannes 8:41.
- 350. Mattheüs 7:22,23.
- 351. 1 Johannes 2:3.
- 1 Johannes 3:14,18,19,21,24.
- 1 Johannes 5:13.
- 352. Romeinen 5:2,5.
Deze zekerheid is geen zuiver veronderstelde en waarschijnlijke zelfverzekering, gegrond op een feilbare hoop,353 maar een onfeilbare geloofszekerheid die gefundeerd is op de Goddelijke waarheid van de heilsbeloften, het inwendige bewijs van die genadegaven waarover deze beloften zijn gegeven,354 het getuigenis van de Geest der aanneming die met onze geest getuigt dat wij kinderen Gods zijn,355 welke Geest het onderpand is van onze erfenis waardoor wij verzegeld zijn tegen de dag der verlossing.356
- 353. Hebreeën 6:11,19.
- 354. Hebreeën 6:17,18.
- 355. 2 Petrus 1:4,5,10,11.
- 1 Johannes 2:3.
- 1 Johannes 3:14.
- 2 Korintiërs 1:12.
- 356. Romeinen 8:15,16.
- 357. Efeziërs 1:13,14.
- Efeziërs 4:30.
- 2 Korintiërs 1:21.
Deze onfeilbare zekerheid behoort niet zozeer tot het wezen van het geloof dat een ware gelovige niet soms lang moet wachten en op veel moeilijkheden stuit eer hij daaraan deel krijgt.358 En toch, door de Geest in staat gesteld om de dingen die hem genadig door God gegeven worden te leren kennen, kan hij, zonder dat hij bijzondere openbaring ontvangt, als hij op de juiste wijze gebruik maakt van de gewone middelen, daartoe komen.359 En daarom is het ieders plicht om zich te beijveren zijn roeping en verkiezing te bevestigen,360 zodat daardoor zijn hart al voller wordt van vrede en vreugde in de Heilige Geest, liefde en dankbaarheid tot God, en een krachtig en vrolijk waarnemen van de plichten van gehoorzaamheid,361 die karakteristieke vruchten van deze zekerheid zijn. Zover is ze er vandaan om de mensen geneigd te maken te verslappen.362
- 358. 1 Johannes 5:13.
- Jesaja 50:10.
- Markus 9:24.
- Psalm 88.
- Psalm 77:1-12.
- 359. 1 Korintiërs 2:12.
- 1 Johannes 4:13.
- Hebreeën 6:11,12.
- Efeziërs 3:17-19.
- 360. 2 Petrus 1:10.
- 361. Romeinen 5:1,2,5.
- Romeinen 14:17.
- Romeinen 15:13.
- Efeziërs 1:3,4.
- Psalm 4:6,7.
- Psalm 119:32.
- 362. 1 Johannes 2:1,2.
- Romeinen 6:1,2.
- Titus 2:11,12,14.
- 2 Korintiërs 7:1.
- Romeinen 8:1,12.
- 1 Johannes 3:2,3.
- Psalm 130:4.
- 1 Johannes 1:6,7.
Het kan ware gelovigen overkomen dat de zekerheid van hun zaligheid op verschillende manieren wankelt, afneemt en onderbroken wordt. Bijvoorbeeld door nalatig te zijn haar te bewaren, door in een bijzondere zonde te vallen die het geweten kwetst en de Geest bedroeft; door een plotseling opkomende of een zware verzoeking, of doordat God het licht van zijn aangezicht terugneemt, en toelaat dat degenen die Hem vrezen in duisternis wandelen en geen licht hebben.363 Toch zijn ze nooit helemaal verstoken van het zaad van God en het leven des geloofs, die liefde van Christus en de broeders, die oprechtheid van hart en dat plichtsgevoel, waaruit, door de werking van de Geest, deze zekerheid te zijner tijd weer levendgemaakt kan worden,364 en waardoor zij intussen bewaard worden voor totale wanhoop.365
- 363. Hooglied 5:2,3,6.
- Psalm 51:8,12,14.
- Efeziërs 4:30,31.
- Psalm 77:1-10.
- Mattheüs 26:69-72.
- 364. 1 Johannes 3:9.
- Lucas 22:32.
- Job 13:15.
- Psalm 73:15.
- Psalm 51:8,12.
- 365. Micha 7:7-9.
- Jeremia 32:40.
- Jesaja 54:7-10.
- Psalm 22:1.
- Psalm 88.